Titel

tekstblok

Het onbenutte potentieel van de BRP

ATR heeft op verzoek van Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) onderzoek gedaan naar de regeldrukgevolgen van de Basisregistratie Personen. Het advies en bijbehorende onderzoek vindt u hier.

De belangrijkste bevindingen zijn ook digitaal gepubliceerd op de website van iBestuur. Het artikel “Het onbenutte potentieel van de BRP” vindt u hier.

Voortgangsrapportage 2022

ATR brengt elk najaar een voortgangsrapportage uit. Hierin bericht het college over zijn bevindingen in de eerste helft van het jaar (de bevindingen over de tweede helft komen in het Jaarverslag dat in het voorjaar verschijnt). Het beeld van de eerste helft van 2022 is dat ATR gemiddeld 47 adviesaanvragen per maand heeft ontvangen. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. ATR heeft formeel advies uitgebracht over 50 adviesaanvragen (18%). De resterende adviesaanvragen zijn behandeld via de verkorte procedure. Dit is beduidend meer dan in voorgaande jaren. De reden hiervan is dat een groter deel van de adviesaanvragen bestond uit ministeriële regelingen die weinig gevolgen voor de regeldruk hadden. Volgens zijn mandaat kan ATR dergelijke regelingen via de verkorte procedure behandelen.
In de Voortgangsrapportage van vorig jaar viel op dat de formele adviezen veel minder vaak een positief eindoordeel hadden dan in voorgaande jaren. De rapportage van 2022 laat zien dat dit enigszins is verbeterd. Het aandeel positieve adviezen was in de eerste helft van 2022 zo’n 56%. In heel 2021 was dat 52%. Opgemerkt moet worden dat de 56% nog beduidend lager is dan het gemiddelde over de gehele mandaatsperiode van ATR (2017-2022). Dit gemiddelde is 67%.

De Voortgangsrapportage 2021 is verzonden naar minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat en staatssecretaris Van Huffelen voor Koninkrijkrelaties en Digitalisering. Verder is de rapportage verzonden naar de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer.

De rapportage kunt u openen via onderstaande link:

Voortgangsrapportage 2022

Besluit experiment regie op gegevens basisregistratie personen

Op 5 april 2022 is het Besluit experiment regie op gegevens basisregistratie personen voor toetsing en advies aangeboden aan ATR. Het voorstel regelt twee wijzigingen:

  1.  Het recht om de verstrekking van gegevens aan de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (SILA) te beëindigen.
  2.  Het recht om toestemming te geven voor de verstrekking van gegevens uit de BRP aan de SILA. Dit is een mogelijkheid voor nieuwe leden van kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag om toestemming te geven om hun gegevens te verstrekken aan de SILA. Dat kan op een elektronische en een schriftelijke manier.

Dit experiment moet de burger meer regie geven over de verstrekking van zijn gegevens uit de BRP aan de Sila. Er verandert echter weinig aan de verstrekking van de gegevens. Alleen de manier om toestemming te geven en in te trekken verandert. ATR adviseert om te verduidelijken hoe de burger meer regie krijgt over gegevensverstrekking uit de BRP.

De verstrekking van de gegevens zelf wijzigt niet. Gegevens over de (huwelijks)partner werden al meegezonden aan de Sila. Niet duidelijk wordt met welk doel die partnergegevens worden verstrekt. Dat zou niet zonder de toestemming van de partner moeten kunnen. ATR adviseert om gegevens over de partner niet langer mee te zenden.

De burger die zich als lid inschrijft bij een kerk kon toestemming geven voor automatische gegevens¬verstrekking. In dit experiment komt die mogelijkheid te vervallen. De toestemming kan alleen nog worden gegeven via MijnOverheid of de gemeente. ATR adviseert om de mogelijkheid te behouden om die toestemming bij de inschrijving bij de (kerk)genootschappen te geven.

Het voorstel bevat een beschrijving van de gevolgen voor de regeldruk. De regeldruk zal structureel toenemen met circa 25.500 euro per jaar. Bij die berekening zijn de gevolgen voor de regeldruk voor de Sila nog niet meegeteld. ATR adviseert om dat alsnog te doen.

ATR advies experiment regie op gegevens basisregistratie personen

Implementatiewet zesde richtlijn motorrijtuigenverzekering

Op Europees niveau is een nieuwe Richtlijn over de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijk van motorrijtuigen, die deelnemen aan het verkeer, aangenomen. Deze nieuwe Richtlijn, de zesde Richtlijn motorrijtuigenverzekering, verbetert de nu geldende Richtlijn op een aantal punten. De voorgestelde Implementatiewet zesde richtlijn motorrijtuigenverzekering zet deze Richtlijn om in Nederlands recht en past daartoe de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en de Wet op het financieel toezicht (Wft) aan. Zo wordt onder andere de definitie van motorrijtuigen (voertuigen) gewijzigd. Dit heeft consequenties voor de vraag welke voertuigen nog onder de verzekeringsplicht van de WAM vallen. Het wetsvoorstel kiest er daarbij voor om de huidige verzekeringsplicht te handhaven. Dit sluit ook aan bij de verplichtingen die Nederland heeft op basis van een Benelux-overeenkomst over de verplichte aansprakelijkheid van motorrijtuigen. De elektrische fiets, die niet harder mag dan 25 kilometer per uur, blijft bijvoorbeeld uitgezonderd van de verzekeringsplicht. Verder bevat het voorstel regels over harmonisatie en indexatie van minimum bedragen waarvoor de verzekering dekking moet bieden, een regeling voor het geval een verzekeraar insolvent wordt, een uniform model voor de verklaring over het schadeverleden en wat overige onderwerpen, zoals de mogelijkheid om een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten in het land waar iemand een voertuig koopt.

Het college van ATR stelt vast dat het nut en de noodzaak van het wetsvoorstel voldoende zijn onderbouwd. Ook de werkbaarheid van het voorstel geeft geen aanleiding voor opmerkingen. Het college stelt vast dat de Richtlijn op een aantal punten, bijvoorbeeld op het gebied van de reikwijdte van de verzekeringsplicht, ruimte biedt aan Nederland om zelf een keuze te maken. Deze ruimte wordt weliswaar ingeperkt door de Benelux-overeenkomst, maar ook deze biedt de mogelijkheid om een uitzondering van de verzekeringsplicht te maken voor voertuigen die nauwelijks gevaar opleveren. Bij het gebruik maken van die beleidsruimte kiest het voorstel niet voor een mogelijk minder belastend alternatief, terwijl dit inhoudelijk niet onderbouwd is. Verder adviseert het college om in de toelichting alle regeldrukeffecten van het wetsvoorstel voor specifiek de Nederlandse situatie kwantitatief weer te geven.

ATR advies aan de minister voor Rechtsbescherming- Implementatiewet zesde richtlijn motorrijtuigenverzekering.