Titel

tekstblok

Het onbenutte potentieel van de BRP

ATR heeft op verzoek van Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) onderzoek gedaan naar de regeldrukgevolgen van de Basisregistratie Personen. Het advies en bijbehorende onderzoek vindt u hier.

De belangrijkste bevindingen zijn ook digitaal gepubliceerd op de website van iBestuur. Het artikel “Het onbenutte potentieel van de BRP” vindt u hier.

Regeldrukanalyse Verzamelbesluit Omgevingswet onvolledig

Ondergrondse opslagtanks voor diesel en gasolie moeten voortaan beter beschermd worden om lekkages en bodemverontreiniging te voorkomen. Dat is één van de maatregelen uit het Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2025. Nut en noodzaak worden in het voorstel onderbouwd, de regeldrukanalyse is echter onvolledig. Zo is niet duidelijk voor hoeveel bedrijven de maatregelen gevolgen hebben en wat de totale kosten zijn. Ook is niet volledig duidelijk of en zo ja hoe bedrijven bij het maken van het voorstel zijn betrokken. Dit schrijft ATR in een advies aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

Minder belastend alternatief

Door verplichte bijmenging van biobrandstoffen in diesel slijten opslagtanks van staal sneller. De kans op lekkages en bodemverontreiniging worden daarmee groter. Daarom wil het ministerie extra beschermingsmaatregelen (zoals een extra coating) verplichten. In het buitenland wordt soms gewerkt met inwendige hoezen in een opslagtank (zogeheten ‘linings’). Niet duidelijk is of dit in Nederland is toegestaan. Het college adviseert dit te verduidelijken en aan te geven of deze maatregel een minder belastend alternatief vormt voor coating of andere voorgeschreven maatregelen.

Werkbaarheid

Het voorstel heeft gevolgen voor onder meer tankstations met ondergrondse opslagtanks. Ook glastuinbouwbedrijven worden geraakt omdat in het voorstel de emissiegrenswaarden voor stikstof worden aangescherpt. Niet volledig duidelijk is of en zo ja hoe deze bedrijven en sectoren in de voorfase zijn betrokken bij het voorstel en in hoeverre daar aandachtspunten uit zijn gebleken over de werkbaarheid van de maatregelen. ATR adviseert in de toelichting hier nader op in te gaan.

Regeldrukanalyse onvolledig

Tot slot maakt het voorstel niet duidelijk voor hoeveel bedrijven met ondergrondse opslagtanks de maatregelen gevolgen kunnen hebben en wat de totale regeldrukkosten zijn. Ook de regeldrukkosten van de verlaagde emissiegrenswaarde voor glastuinbouwbedrijven zijn niet in beeld gebracht. Door de onvolledige regeldrukanalyse is onderbouwde besluitvorming over het voorstel niet goed mogelijk. Het college adviseert de regeldrukanalyse bij het voorstel compleet te maken conform de Rijksbrede methodiek.

dvies ATR over het Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2025

Misstanden uitzendsector vragen om handhaving

Het voorstel van het kabinet om misstanden in de uitzendsector weg te nemen is niet effectief. De voorgestelde nieuwe administratieve eisen en procedures zullen niet tot minder uitwassen gaan leiden. Bovendien heeft het voorstel onnodige extra regeldruk voor bedrijven (jaarlijks minstens € 143 miljoen) tot gevolg. Een consequente en daadkrachtige handhaving van de reeds bestaande regels is veel effectiever en ook nog eens minder belastend. Dat schrijft ATR in een advies aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uitwassen uitzendsector

De meeste organisaties die personeel uitlenen, doen dat in de regel op een nette manier. Helaas zijn er ook veel voorbeelden van uitleners die de regels niet naleven en bijvoorbeeld arbeidskrachten te weinig betalen en/of in onveilige omstandigheden laten werken en wonen. Om die uitwassen tegen te gaan, komt het ministerie met diverse nieuwe administratieve procedures en eisen aan de uitleners.

Verplichte toelating uitzendbureaus

In het door het kabinet voorgestelde nieuwe stelsel mogen uitzendbureaus alleen op de markt opereren als zij door de minister zijn toegelaten. Of zij moeten over een door de minister afgegeven ontheffing van het uitleenverbod beschikken. Om toegelaten te worden, moeten de bedrijven onder meer een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indienen en een waarborgsom van honderdduizend euro storten. Ook moeten zij aantonen het juiste loon aan hun personeel te betalen en aan hun belastingverplichting voldoen. Een private inspectie-instelling moet bij toelating en vervolgens ook jaarlijks aan de minister rapporteren dat het bureau zich aan de regels houdt.

Papier versus handhaving

De misstanden (huisvesting, beloning en arbeidsomstandigheden) zullen echter niet effectief bestreden kunnen worden met meer papier en nieuwe procedures. De bureaus die slecht voor hun personeel – veelal arbeidsmigranten – zorgen, laten zich doorgaans niet door administratieve eisen en procedures leiden. Consequente en strikte handhaving is noodzakelijk en ook veel effectiever. Inzetten op handhaving is bovendien een minder belastend alternatief dat voorkomt dat er voor bedrijven ten minste € 143 miljoen aan extra regeldruk gaat optreden.

Werkbaarheid niet in beeld gebracht

De toelichting op wet en besluit gaat niet in op de werkbaarheid van de voorstellen. Daarvoor is echter welaandacht nodig, omdat het nieuwe stelsel vrij complex is. Dat zal met name het geval zijn voor kleinere uitzendbureaus en detacheerders en voor bedrijven waarvoor het uitlenen van personeel een bijkomstige activiteit is.

ATR advies aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – besluit toelating terbeschikkingstelling.

Extra controles energieprestatieadviseurs niet onderbouwd

In 2024 zullen 1000 extra controles bij energieadviseurs plaatsvinden en zal de interne audit bij bedrijven met energieadviseurs worden verzwaard. Dit volgt uit het voorstel tot wijziging van de Omgevingsregeling. Dat voorstel wijst de geactualiseerde bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen (NTA8800) aan. Het voorstel maakt niet duidelijk waarom de extra controle en verzwaarde audits nodig zijn en wat de omvang is van het probleem dat hiermee moet worden opgelost. Inzicht hierin is nodig om te kunnen beoordelen of het beoogde doel van de voorgestelde maatregelen opweegt tegen de extra regeldruk die ze met zich meebrengen. Dit schrijft ATR in een advies aan de minister voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Nut en noodzaak

Het voorstel zorgt voor actualisatie van de beoordelingsrichtlijnen die gaan over het bepalen van energieprestaties van gebouwen. De argumentatie voor actualisatie wordt door het ministerie goed onderbouwd. De actualisatie betekent echter ook dat 1000 extra controles bij energieadviseurs gaan plaatsvinden en dat de interne audit wordt verzwaard. Uit het voorstel wordt niet duidelijk wat de aard, omvang, ernst en oorzaak is van de problemen waarvoor deze extra controles een oplossing moeten bieden. Ook is niet duidelijk of de voorgestelde aanscherpingen deze problemen oplossen. Het college adviseert de toelichting en het voorstel op deze punten te verbeteren.

Werkbaarheid

Ook wat betreft de werkbaarheid van het voorstel zijn verbeteringen mogelijk. Zo presenteert het voorstel de wijzigingen in de verschillende documenten op drie verschillende manieren. Bij enkele documenten is bijvoorbeeld alleen een toelichting opgenomen en is niet duidelijk hoe de bepaling zelf wijzigt. Bij andere documenten is dit wel helder. Daarnaast zijn niet alle documenten kosteloos beschikbaar. Dit komt de kenbaarheid en werkbaarheid van het voorstel niet ten goede. Het college adviseert daarom de wijzigingen uniform, digitaal en kosteloos ter beschikking te stellen bij de consultatie en na vaststelling.

Regeldruk

Tot slot constateert ATR dat de analyse van de regeldrukeffecten nog niet volledig is. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk wat de extra tijd en kosten zijn van de verzwaarde audits. Het college adviseert de regeldrukanalyse bij het voorstel compleet te maken conform de Rijksbrede methodiek.

De formele titel van het voorstel luid: wijzigingsregeling in verband met de met NTA 8800:2024 en de bijbehorende beoordelingsrichtlijnen.

Advies ATR over de wijzigingsregeling in verband met de met NTA 8800:2024 en de bijbehorende beoordelingsrichtlijnen