ATR-onderzoek naar lessen over wetgeving tijdens de coronapandemie

De coronacrisis heeft veel maatschappelijke en economische schade aangericht. De overheid heeft die schade proberen te beperken. Vanwege de tijdsdruk en de bijzondere omstandigheden zijn daarbij andere wetgevingsprincipes en -procedures toegepast dan gebruikelijk. Dit roept de vragen op wat we hiervan kunnen leren voor de post-COVID toekomst en of (delen van deze) elementen en aanpak ook na de crisis bruikbaar zijn. Deze vragen staan centraal in het onderzoek dat ATR verricht naar de toegepaste wetgevingsprincipes, (ervaren) regeldruk en werkbaarheid rondom COVID-19 maatregelen voor het bedrijfsleven. Andersson Elffers Felix (AEF) voert in samenwerking met USBO advies het onderzoek in opdracht van ATR uit.

De hoofdvraag van het onderzoek richt zich op welke inspiratie en lessen de recente ervaringen met COVID-19 maatregelen bieden voor flexibeler, minder belastende en responsievere wet- en regelgeving in de toekomst. Het onderzoek besteedt veel aandacht aan het perspectief vanuit het bedrijfsleven, en dan specifiek het MKB: wat zijn de ervaringen uit de praktijk? Het onderzoek moet concrete lessen en aanbevelingen opleveren voor toekomstige wetgeving.
Fase 1 van het onderzoek richt zich op nationale COVID-19 maatregelen voor het bedrijfsleven. Daarbij betrekt het onderzoek o.a. de volgende partijen: de nationale wetgever, betrokken uitvoerende instanties (RvO en UWV), VNO/NCW, MKB-Nederland en individuele ondernemers uit verschillende getroffen sectoren. In een eventuele tweede, internationale fase (na een go/nogo besluit) staat de vraag centraal wat we kunnen leren van andere Europese landen als het gaat om slimme procedures en wetgevingsprincipes die zijn toegepast tijdens de COVID-19 crisis.
Fase 1 van het onderzoek zal naar verwachting eind 2021 worden afgerond. Het gehele onderzoek, inclusief internationale vergelijking, wordt begin 2022 afgerond. Dan zullen de resultaten tevens openbaar worden gemaakt