Veel regeldruk in Nederland heeft een Europese oorsprong. Schattingen lopen uiteen van 60% tot 90%. Voor het beperken van onnodige regeldruk in Nederland is het daarom van belang om goed zicht te hebben op de gevolgen voor regeldruk van nieuwe Europese wet- en regelgeving. Dit zicht moet bij voorkeur in een zo vroeg mogelijke fase van het Europese wetgevingsproces worden verkregen, omdat Nederland dan tijdig in kan inzetten op alternatieven die beter passen bij de Nederlandse situatie en minder lasten met zich meebrengen voor Nederlandse burgers en bedrijven. De fase van besluitvorming over Europese wetgeving begint met een voorstel van de Europese Commissie (EC), vaak vergezeld van een Europees impact assessment. Voorafgaand aan onderhandelingen in raadsverband wordt de eerste Nederlandse inzet bepaald. De interdepartementale werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) stelt daartoe een zgn. BNC-fiches op. BNC-fiches worden opgesteld voor alle concept richtlijnen, verordeningen en mededelingen van de EC. Voor de Nederlandse positiebepaling, onderhandelingen én voor de informatievoorziening van beide Kamers is het van belang dat de fiches de impact op de regeldruk voldoende concreet weergeven. Het is de taak van beleidsverantwoordelijke departementen om het aspect regeldruk in het BNC-fiche te belichten zodat met name bij substantiële voorstellen onnodige regeldruk voor bedrijven en burgers voortvloeiend uit voorgenomen Europese wet- en regelgeving in een zo vroeg mogelijk stadium wordt geïdentificeerd, tegengehouden of tot een minimum beperkt. Indien de regeldrukgevolgen van een bepaald voorstel voor bedrijven en/of burgers volgens een beleidsverantwoordelijk departement nog niet (kwantitatief) in te schatten zijn, , moet het departement aangeven waarom en op welke basis men tot die conclusie komt. Bij een substantieel Europees voorstel waarvoor geldt dat een eventuele impact assessment van de Commissie niet representatief is voor de Nederlandse situatie, moet het beleidsverantwoordelijke departement een nationale analyse van de gevolgen uitvoeren.

De vraag is of en in hoeverre fiches deze relevante informatie bevatten. Om deze vraag nader te onderzoeken heeft ATR aan KPMG Advisory gevraagd inzichtelijk te maken of en in hoeverre BNC fiches voldoende concrete informatie bevatten over de Nederlandse regeldrukgevolgen van Commissievoorstellen (richtlijnen en verordeningen). Middels een quick scan (steekproef van 41 BNC-fiches uit de periode 2017 -2021) is onderzocht in welke de mate de afspraken worden opgevolgd zodat informatie over regeldruk concreet wordt weergegeven in de BNC-fiches.
De quick scan laat het beeld zien dat BNC-fiches op dit moment onvoldoende inzicht geven in Nederlandse regeldrukeffecten. Daarmee hebben ze een onvervuld potentieel: door structureel de regeldrukgevolgen voor de specifiek Nederlandse situatie in beeld te brengen kunnen de fiches meer toegevoegde waarde hebben voor de Nederlandse EU-voorbereiding. Volgens het college een kans verloren om tijdig zicht te krijgen op de gevolgen van een voorstel voor het Nederlandse bedrijfsleven én burgers. Dit bemoeilijkt ook de mogelijkheden om tijdens de Brusselse onderhandelingen effectief in te zetten op eventuele minder belastende alternatieven of regelgeving die beter aansluit bij de situatie van burgers en bedrijven (en daardoor voor hen beter werkbaar is). Ook beperkt dit de mogelijkheid van beide Kamers om te kunnen beoordelen wat een Europees voorstel voor Nederland betekent.
De resultaten van de quick scan zijn per brief aangeboden aan de minister van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken.

ATR brief aan de minister van Economische Zaken en Klimaat – Nederlandse Nederlandse EU-beleidsvoorbereiding inzake regeldruk en uitkomst Quick scan BNC fiches.

ATR brief aan de minister van Buitenlandse Zaken en Klimaat – Nederlandse Nederlandse EU-beleidsvoorbereiding inzake regeldruk en uitkomst Quick scan BNC fiches.

Onderzoeksrapport bevindingen quick scan BNC fiches.